TIG lassen van aluminium: AC, balans en gas
Aluminium lassen met TIG is lastiger dan staal of RVS, maar met de juiste instellingen en een schoon werkstuk krijg je een mooie, gelijkmatige las. Het draait om drie dingen: wisselstroom (AC), een schoon oppervlak en een goede gasbescherming.
Wat heb je nodig voor TIG lassen van aluminium?
- Een AC/DC TIG-apparaat. Voor aluminium last je op AC, omdat de wisselstroom de oxidehuid van het aluminium verbreekt.
- 100% argon als beschermgas.
- Een wolfraamelektrode van 1.6 of 2.4 mm. Veel lassers gebruiken tegenwoordig een lanthaan- of cerium-elektrode. Lees welke kleur je kiest.
- Toevoegdraad voor aluminium, bijvoorbeeld 4043 of 5356. Kies de draad die past bij je legering.
- Een gaslens en een iets grotere cup voor goede gasdekking. Lees hoe je de maat kiest.
Waarom is aluminium lastig?
- De oxidehuid smelt pas bij ongeveer 2000 graden, terwijl het aluminium zelf veel eerder smelt. Daarom moet je die huid verwijderen en tijdens het lassen kapotmaken.
- Warmte: aluminium voert warmte snel af en je hebt vaak meer stroom nodig dan bij staal. Daarna kan het ineens doorbranden.
- Poriën: vocht, vet en oxide veroorzaken snel gasblaasjes in de las.
Voorbereiding
Verwijder de oxidehuid vlak voor het lassen met een roestvrijstalen borstel die je alleen voor aluminium gebruikt, en ontvet daarna met aceton. Last binnen een paar uur na het schoonmaken, omdat de oxidehuid zich snel opnieuw vormt.
Instellingen als startpunt
- AC met balans: begin met ongeveer 65 tot 75 procent inbrand (elektrode min), de rest is reiniging. Meer reiniging geeft een breder, schoner lasbad, maar ook meer warmte in de elektrode.
- Frequentie: ongeveer 100 tot 150 Hz. Een hogere frequentie geeft een smallere, meer gerichte boog.
- Gas: ongeveer acht tot twaalf liter argon per minuut.
- Stroom: begin met ongeveer veertig tot vijftig ampère per millimeter materiaaldikte en pas aan op wat het lasbad doet. Een voetpedaal helpt hier enorm.
- Elektrode: een iets afgeronde punt werkt goed bij AC. Een scherpe punt op AC kan afbrokkelen.
De techniek
1. Start de boog en wacht tot het lasbad glanst en een duidelijk reinigingszone heeft.
2. Voeg draad toe aan de voorkant van het lasbad en houd het draaduiteinde in de gasbescherming.
3. Werk met een gelijkmatig tempo. Aluminium geeft weinig waarschuwing voordat het doorbrandt.
4. Vul krater aan het eind van de las op door de stroom met de pedaal af te bouwen.
Veelvoorkomende problemen
- Poriën of zwart roet: vuil materiaal of te weinig gas.
- Doorbranden: te veel stroom of te langzaam.
- Vervuilde elektrode: je hebt hem in het lasbad gestoken. Slijp opnieuw.
- Geen of zwakke reiniging: de balans staat te laag.
Onderdelen die het verschil maken
Goede cups, een gaslens en een schone elektrode zijn bij aluminium extra belangrijk. Weet je niet welke onderdelen bij jouw toorts passen? Gebruik onze keuzehulp of stuur ons een bericht via de contactpagina.
Wil je de basis nog eens doornemen? Lees onze complete gids voor TIG lassen.