TIG lassen: de complete gids voor beginners
TIG lassen is een van de mooiste en schoonste manieren om metaal te verbinden, maar het is ook een techniek waar je even mee moet oefenen. Deze gids loopt in een rustig tempo door alles wat je als beginner moet weten: wat het is, wat je nodig hebt, hoe je het instelt en hoe je het lasbad onder controle houdt.
Wat is TIG lassen?
Bij TIG lassen (Tungsten Inert Gas, ook wel WIG genoemd) brandt een boog tussen een wolfraamelektrode en het werkstuk. De elektrode smelt zelf niet. Het lasbad wordt beschermd door een inert gas, meestal argon, dat uit de TIG-cup om de elektrode stroomt. Je voegt zo nodig een toevoegdraad toe met je andere hand.
TIG lassen geeft nette, schone lassen zonder spatten. Daarom wordt het veel gebruikt voor RVS, aluminium, titanium en dun staal, en overal waar de las zichtbaar is.
Wat heb je nodig?
- Een TIG-lasapparaat met DC voor staal en RVS, en AC/DC als je aluminium wilt lassen. Een voetpedaal of toortsschakelaar om de stroom te regelen helpt enorm.
- Een TIG-toorts (veel gebruikt zijn WP9, WP17, WP18 en WP26), met bijpassende onderdelen.
- Argon (100%) uit een gasfles met manometer en slang.
- Een wolfraamelektrode. Lees hoe je de juiste kleur kiest.
- Een TIG-cup (gaskap). Lees hoe je de juiste cupmaat kiest. Bekijk onze las cups.
- Een gaslens voor een rustiger gasstroom en meer uitsteek. Lees wat een gaslens doet.
- Toevoegdraad die past bij het materiaal dat je last.
- Bescherming: lashelm, TIG-handschoenen, lasjas en goede ventilatie.
Het apparaat instellen
- Polariteit: voor staal en RVS last je op DC met de elektrode op min (DC min). Voor aluminium gebruik je AC.
- Gas: argon, grofweg zes tot twaalf liter per minuut. De juiste hoeveelheid hangt af van de cupmaat en van tocht in je werkplaats. Te weinig geeft slechte dekking, te veel zorgt voor onrust in de gasstroom.
- Stroom: begin laag en bouw op. Als eerste richtlijn voor staal geldt ongeveer dertig tot veertig ampère per millimeter materiaaldikte, maar controleer altijd de instructies van je apparaat.
- Elektrode slijpen: voor DC slijp je een punt, in de lengte van de elektrode, ongeveer twee tot drie keer de diameter lang.
De techniek
1. Maak het werkstuk schoon. Verwijder vet, verf, roest en bij aluminium de oxidehuid. Vervuiling is de grootste oorzaak van slechte lassen.
2. Houd de toorts onder een hoek van ongeveer tien tot twintig graden ten opzichte van de lasrichting.
3. Houd de boog kort. Ongeveer de diameter van de elektrode is een goede afstand. Een lange boog geeft een onrustige las.
4. Laat het lasbad ontstaan voordat je toevoegdraad toevoegt. Voeg de draad aan de voorkant van het lasbad toe en haal hem bij het verplaatsen niet uit het gas.
5. Beweeg gelijkmatig. Wacht tot het lasbad glanst en beweeg dan een stukje. Het ritme komt met oefening.
6. Laat het gas nastromen tot de las is afgekoeld, zodat de elektrode en de las niet oxideren.
Per materiaal
- Staal: de eenvoudigste start. DC, argon, schoon materiaal.
- RVS: gevoelig voor oxidatie. Goede gasdekking is belangrijk, en bij doorlassen van buis of plaat is achtergas aan de binnenkant nodig. Een gaslens helpt.
- Aluminium: AC, extra schoonmaken en een iets grotere cup.
- Titanium: zeer gevoelig voor lucht, ook als het al afkoelt. Lees titanium lassen en gasdekking.
Veelgemaakte fouten
- De elektrode raakt het lasbad en raakt vervuild. Slijp opnieuw.
- Te weinig of te veel gas.
- Vuil materiaal of vuile toevoegdraad.
- Te lange elektrode-uitsteek zonder gaslens.
- Te snel willen gaan. Een gelijkmatig tempo geeft de mooiste las.
Onderdelen die het verschil maken
Je lasresultaat hangt niet alleen van je techniek af. Goede cups, een gaslens en een scherpe, schone elektrode maken het lassen makkelijker en de las mooier. Weet je niet welke onderdelen bij jouw toorts passen? Gebruik onze keuzehulp of stuur ons een bericht via de contactpagina.
Veiligheid
Last altijd met een lashelm met geschikt filter, handschoenen en vlamvertragende kleding. Zorg voor afzuiging of goede ventilatie, vooral bij RVS en gecoate materialen. Werk niet bij brandgevaarlijke stoffen in de buurt.